Theologie

Dag 4: Psalm 58 in oorlogstijd – over twee preken van ds. Willem C. Lamain

Preken over Psalm 58 kan gevaarlijk zijn. Maar als de psalm op je hart is gebonden, kun je het toch niet laten. Zo verging het althans mijn oudoom ds. Willem C. Lamain (1904–1984).

Preken over Psalm 58 zijn er niet zoveel. Tussen de duizenden preekschetsen die in 65 jaargangen Postille zijn verschenen, is er bijvoorbeeld niet één voor Psalm 58. Toch zijn er wel enkele opmerkelijke preken aan te wijzen. Internationaal is ongetwijfeld de preek van Dietrich Bonhoeffer over deze psalm het meest bekend. Een Engelse vertaling van deze Duitse preek verscheen in 1982 in het tijdschrift Theology Today en wordt sindsdien regelmatig aangehaald in publicaties over Psalm 58. (Wie toegang heeft tot de digitale collecties van een universiteitsbibliotheek of voor €15/jaar lid wordt van de KB, kan de preek eenvoudig online raadplegen.) Het Engelse taalgebied heeft de afgelopen eeuwen zelf ook diverse preken over Psalm 58 voortgebracht die in druk zijn verschenen, maar over het algemeen zijn die ook weer in vergetelheid geraakt. De eerder genoemde Robert Murray M’Cheyne geniet nog wel een zekere bekendheid, maar daarbij is – voor zover ik kan zien – meestal geen sprake van speciale aandacht voor zijn preek over Psalm 58:4–6.

Nederland kent, voor zover ik weet, geen heel beroemde preken over Psalm 58. Maar één verdient toch wel speciale aandacht en dat is de preek die ds. Willem C. Lamain op 7 februari 1943 – midden in de Tweede Wereldoorlog – over vers 10–12 heeft gehouden. Ds. Lamain was in die tijd predikant in de Gereformeerde Gemeente van Rotterdam-Zuid. Tegen zijn gewoonte in heeft hij deze preek drie jaar later met een toelichtend woord vooraf uitgegeven, omdat het een preek was geworden met een verhaal.

Wie de preek nu leest, verbaast zich er misschien over dat dit een preek uit de oorlog is. De tekstwoorden luiden in de Statenvertaling:

Eer dan uw potten den doornstruik gewaar worden, zal Hij hem als levend, als in heten toorn wegstormen. De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten wassen in het bloed des goddelozen. En de mens zal zeggen: Immers is er vrucht voor den rechtvaardige; immers is er een God, Die op de aarde richt.

Terwijl deze verzen tal van mogelijkheden bieden om aan te haken bij de actualiteit, gebeurt dit niet, of althans nergens concreet. Is dit de preek van een dominee die te bang of te wereldvreemd was om in te gaan op wat er speelde in de wereld?  

Uit het voorwoord uit 1946 blijkt het tegendeel: de preek zoals ze nu is gepubliceerd is een iets gewijzigde versie van de preek zoals die door een gemeentelid in 1943 was opgetekend: “Enkele zinnen die betrekking hadden op de oorlog in die dagen, heb ik er nu uitgelaten, en hem zodanig gewijzigd en omgewerkt, dat zij te allen tijde gelezen kan worden ook in de vacante kerken.”

Die aanpassing was een respectabele keuze met het oog op het praktisch gebruik van de preek, maar voor de preek als historisch document uit de oorlogstijd is het wel jammer dat nu juist de zinnen die daar betrekking op hadden zijn weggelaten. Die weggelaten zinnen zouden ook juist iets meer licht kunnen werpen op de gebeurtenissen die deze preek tot een preek met een verhaal maakten. (Echter, misschien is er een bloglezer die kan helpen? Ds. Lamain zegt in het voorwoord ook dat van de oorspronkelijke preek uit 1943 “verschillende examplaren” zijn gestencild, maar dat die toen niet zijn verspreid. Als die exemplaren niet allemaal bij het oud papier zijn gegaan, zou er dan nog ergens één bij iemand op zolder liggen?)

Het verhaal van de preek

Ds. Lamain vertelt in het voorwoord hoe hij in februari tot zijn tekstkeuze kwam:

Bij het lezen van de 58ste Psalm troffen mij de laatste verzen in het bijzonder. ’t Was of de Heere mij er stil bij zette. Nog nimmer had ik die verzen gelezen zoals op dat ogenblik. Die woorden bleven mij bij niet alleen, maar het behaagde de Heere, over de zaken in die tekst opgesloten, licht te geven. God bond die waarheid op mijn hart, zodat ik die woorden niet meer kwijt kon.

Terwijl velen Psalm 58 het liefst maar overslaan, zijn er blijkbaar toch ook mensen die door deze psalm worden gegrepen. Worstelt een ander misschien met de vraag of zo’n weerbarstige psalm wel door Gods Geest geïnspireerd kan zijn, voor ds. Lamain is dit geen vraag. Hij komt niet slechts tot een formele erkenning dat de psalm woord van God is, nee, zijn ervaring is dat God de inhoudelijke waarheid van de psalm op zijn hart bond, dat de Heere zelf hem licht gaf over de zaken die erin zijn opgesloten.

Deze ervaring van goddelijk licht stond niet los van de actualiteit. Hij besefte dat preken over deze psalm in oorlogstijd niet zonder gevaar was:

Met enige vreze, (het was zulk een boze tijd) bereidde ik mij voor, om die stof ’s zondags te behandelen. Hoewel grote voorzichtig­heid nodig was in die dagen, daar toch keer op keer geheime politiemannen de kerk bezochten, om nauwkeurig acht te geven op de predicaties die gedaan werden, was ’t mij onmogelijk een andere tekst voor die zondagmorgen te vinden. De vreze voor de vijand, voor gevangenis en concentratiekamp viel een ogenblik weg, en de Heere schonk mij zelfs grote blijmoedig­heid in de overdenking van de waarheid. Hoe duidelijk toonde de Heere mij de volvoering van Zijn Goddelijk recht, zowel in Christus voor al Zijn volk, alsook tegenover landen en volke­ren, ja personen die Gods volk benauwden, en de hoogheid Gods niet aanzagen. Met veel ruimte en opening mocht ik die zondagmorgen het Woord bedienen.

Hij zag ook een direct verband tussen de tekst en de actualiteit van die week:

Duidelijke blijken had God ook in die week gegeven dat Hij regeerde en dat Hij de riem des geweldigen ontbindt: Cicilië was gevallen; Stalingrad was weer in de han­den der Russen gekomen. In de nieuwsbladen was het vermeld, dus het was publiek geworden voor heel de wereld.

Hoewel hij in de preek volgens eigen zeggen slechts een enkel woord, een enkele zin aan had gewijd, was het toch al te veel:

Ik werd ter verantwoording geroepen. Onder de grote schare die van week tot week opkwam, had­den zich spionnen gevoegd, die de preek hadden opgenomen en later bleek dat zij meer van mijn preek hadden, dan ikzelf opgetekend had.

Op een maandagmorgen moest hij verschijnen aan “het Haagse Veer” te Rotterdam (het politiebureau aan het Haagseveer werd in de oorlog gebruikt om politieke gevangenen op te sluiten). Hoewel hij vreesde weggevoerd te worden van zijn “geliefde gemeente” en zijn vrouw en zes kinderen, ging hij er heen in een vast vertrouwen op Gods voorzienigheid. Meer dan een uur werd hij ondervraagd. Hij getuigt daarvan: “De Heere beschaamde mij niet, maar schonk zelfs in ’t eind grote vrijmoedigheid. Ik kreeg zelfs genade om te getuigen van die God, die de aarde richt.” Het klinkt alsof hij (de kern van) de preek voor zijn verhoorders nog eens heeft overgedaan.

Opvallend genoeg vermeldt het voorwoord niet wat de uitkomst van dit verhoor was. Het lijkt erop dat de zaak toch met een sisser is afgelopen.

Inhoud van de preek

Hoe het ook zij, dit voorwoord is misschien wel bekender geworden dan de preek zelf. Het is in elk geval in de jaren negentig nog drie keer aangehaald, in De Saambinder (orgaan van de Gereformeerde Gemeenten), De Wachter Sions (orgaan van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland) en in het tijdschrift Oude Paden. Maar het is de moeite waard om over de inhoud van de preek ook kort een paar opmerkingen te maken, zonder naar een volledige preekanalyse te streven:

Ten eerste, ds. Lamain neemt aan dat David Psalm 58 onder dezelfde omstandigheden heeft geschreven als Psalm 57 (toen hij vluchtte voor Saul en zich verborg in een spelonk), maar dat zijn “zielsgesteldheid” was veranderd: hij is niet meer vervuld met vrees, maar “met een heilige verontwaardiging en toorn.”

Ten tweede, David steekt zelf zijn handen niet uit naar de goddelozen – “daar wordt hij voor bewaard” –, maar hij roept wel het oordeel Gods in over hen. Ds. Lamain noemt dit een “ontzettende taak”: “Wat een ontzettende taak mijn hoorders, wanneer het volk van God de vijand bij God laat brengen, en hen bij God laat aanklagen.”

Ten derde, dat David de “vernietiging van de vijanden inroept,” is niet alleen vanwege de verdrukking die hij zelf ervaart, maar ook vanwege “de betrekking die hij heeft gekregen op het Goddelijk recht.” “Daar was een heimwee in zijn hart, dat God zijn recht mocht openbaren en zijn gerechtigheid zelf mocht handhaven.”

Ten vierde, de titel van de preek is: “De volvoering van het ingeroepen oordeel door de rechtvaardige God.” Die uitvoering van het oordeel, de openbaring van Gods recht, gebeurt op drie manieren, zo blijkt op verschillende momenten in de preek: (1) God rekent nu op aarde van tijd tot tijd al plotseling af met vijanden. Ds. Lamain noemt de voorbeelden van de farao die verdronk in de Rode Zee, van Korach, Dathan en Abiram, van de spottende koning Belsazar van Babel en van de hoogmoedige koning Herodus in Handelingen 12. (2) Christus heeft in zijn vernedering aan het kruis zelf het vuur van Gods toorn tegen de zonde gedragen. God verlost zijn volk dus niet alleen van letterlijke vijanden, maar neemt het ook voor hen op in de zin dat Christus voor hen “de ongerechtigheid verzoend en aan het Goddelijk recht voldoening heeft gegeven.” (3) Gods eeuwige toorn zal in het eindgericht “de vijanden verslinden, voor wie die toorn nooit geblust is door Christus.”

Ten vijfde, met zijn focus op het recht kan ds. Lamain ook het moeilijke vers 11 begrijpelijk maken: “De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de wraak aanschouwt.” Het gaat niet om blijdschap over de ondergang van de vijand als zodanig. David rouwde juist om de dood van Saul en van Absalom. Maar tegelijk kan men blij zijn dat Gods recht zegeviert. David had “innerlijk een blijdschap in de wraak des Heeren.” Ds. Lamain gaat hierbij wat nader in op Davids houding tegenover de dood van zijn opstandige zoon Absalom:

En wanneer David in het geval van Absa­lom zegt tegen Joab: Handel mij zachtkens met de jongeling, dan is dat zijn vlees en bloed, dat benauwd is van de oefe­ningen van Gods recht. Maar innerlijk is hij er mee vere­nigd. Dan is er een blijdschap, dat God Zijn recht handhaaft.

Op het eind van de preek komt hij nogmaals terug op het onderscheid dat hij maakt tussen het “vlees en bloed” van David en Davids innerlijk – de “echte” David, zou je misschien kunnen zeggen:

En eenmaal als de kerk verlost is uit dit jammerdal, dan zullen zij zich eeuwig in de handhaving van Gods recht verlustigen. Dan zal David niet meer zeggen: handel mij zachtkens met de jongeling. Maar er zal zijn een volkomen Amen zeggen op al Gods handelingen. Vlees en bloed beërft het koninkrijk van God niet.

Je zou kunnen zeggen: David zal verlost worden van zijn verdrietige vaderlijke gevoelens (als mens van vlees en bloed) over de ondergang van zijn zoon, om zich voor eeuwig te kunnen verheugen in Gods recht, dat boven alles gaat. – Niet iedereen zal deze gedachte misschien onmiddellijk mee kunnen maken. Maar het is wel een gedachte die diep verworteld is in de gereformeerde traditie. Wellicht kom ik er in een later blogbericht nog eens op terug.

Psalm 58 tegen de jodenvervolging

Zoals gezegd, deze preek uit 1943 is uiteindelijk vooral bekend geworden omdat ds. Lamain ervoor op verhoor moest komen en hij het verhaal in het voorwoord bij de uitgave heeft opgetekend en dit verhaal daarna meermaals is gedeeld.

Minder bekend is wellicht dat ds. Lamain op zondag 6 mei 1945, de dag nadat heel Nederland was bevrijd, nogmaals op Psalm 58 is teruggekomen. Zijn preektekst was 1 Koningen 8:56–58, maar in de toepassing heeft hij een passage over de jodenvervolging waarin hij twee keer naar Psalm 58 verwijst. Hij noemt als voorbeeld hoe drie “superbarbaren” een blind joods jongetje hebben mishandeld:

Dezer dagen las ik nog van een blind Joods jongetje van ongeveer 10 jaar, dat onder toezicht van 3 superbarbaren in een kleine ruimte werd rondgeleid en doordat het zijn gezichtsvermogen miste, telkens stapte in puntige voorwerpen, tot groot vermaak der beulen. Wanneer hij tastend zijn weg vervolgde, brandde hij zich steeds aan de gloeiende sigaretten, die ze voor hem hielden, totdat hij tenslotte bloedend en zeer verminkt neerstortte en stierf.

Vervolgens beschrijft hij wat er in Amsterdam is gebeurd:

In de Jodenbuurt in Amsterdam waren er tevoren een honderdduizend Israëlieten. Er kwam een tijd dat er niet één meer werd gevonden. Alles uitgestorven, alleen nog wat muren en steenhopen waren er te zien. Misschien dat er nog 10% zal terugkeren. De rest is afgeslacht, vergast, mishandeld en gemarteld.

Hij gaat dan in op de geestelijke strijd die hij hier gaande zag:

Het Jodendom moest worden uitgeroeid. De tijd zou komen dat er niet één Jood meer in Europa te vinden zou zijn.

En Gods beloften aangaande het Jodendom dan?

Hitler zou er wel voor zorgen dat Gods beloften zouden falen, en hij zou er wel voor zorgen dat al die beloften onvervuld zouden blijven. Ik zou, geliefden, deze plaats ontwijden, wanneer ik de uitdrukkingen zou weergeven die gedaan zijn over dat Jodendom, en over de ge­zegende Messias, die uit dit volk is gesproten. Godslasterlijk, God­tergend, Godtartend zijn die uitdrukkingen geweest.

Maar dan citeert hij, met een kleine aanpassing, het slot van Psalm 58 in de berijming van 1773 en vervolgens ook vers 10 uit de Statenvertaling:

      Doch daar is een God die leeft
      En op deez’ aarde vonnis geeft.

God laat niet met Zich spotten. … Hitler heeft de strijd tegen God aangebonden, maar al wat God in de weg staat, wordt van de aarde weggedaan. Eer dan uw potten den doornstruik gewaar worden, zal Hij hem, als levend, als in een heten toorn wegstormen.

Het onschuldig vergoten bloed heeft om wraak geroepen, en God is opgestaan over ons arm Vaderland.

Waar exegeten vaak niet veel verder komen dan de verzuchting dat het Hebreeuws van vers 10, het vers over de potten en de doornstruik, bijna onvertaalbaar is, vindt ds. Lamain in de ondergang van Hitler er een zeer concrete toepassing van.

Opmerkenswaard is ook het volgende: omdat Psalm 58 in de christelijke traditie vaak is gelezen als aanklacht tegen de onrechtvaardige veroordeling van Christus, heeft de uitleg nogal eens anti-joodse trekjes. In de Nederlandse uitgave van de Bijbelverklaring van Dächsel wordt bijvoorbeeld bij de slotwoorden van de Psalm, “Immers is er een God, Die op de aarde richt,” een opmerking aangehaald van de Britse Bijbeluitlegger Thomas Scott: “Dit alles is kennelijk bewaarheid in de verwoesting van Jeruzalem, nadat de Joden hunnen Messias gekruisigd hadden.”

Bij ds. Lamain lezen we hier echter met geen woord dat God Hitler als instrument heeft gebruikt om de joden te straffen voor het verwerpen van Christus. Integendeel, Hitler is ten ondergegaan omdat hij het gewaagd had in te gaan tegen Gods beloften voor het jodendom.

Het is enigszins opvallend dat Lamain naast het vervolgen van de joden direct nog een voorbeeld van Hitlers strijd tegen God geeft: de Duitsers legden in Nederland soms de straf op “dat men gehele of halve zondagen thuis moest zitten.” Wat was hier voor hem zo erg aan?

Gods gebod gebiedt dat wij inzonderheid op de Sabbat, de Dag des Heeren, naarstig tot Gods Huis zouden komen. O, ik weet het, Gods dag was zo ontheiligd en met voeten getreden door ons volk, en God bezocht de zonde. Maar van Duitse zijde was het een indruisen tegen Gods geopenbaarde wil.

Vanuit humanitair perspectief lijkt het wat vreemd om het vermoorden van vele talloze joden en een opdracht om zo nu en dan een zondag thuis te blijven in één adem te noemen, alsof er geen kwalitatief verschil tussen beide is, maar het wordt begrijpelijk als je Lamains religieuze perspectief deelt dat beide zaken expliciet ingaan tegen Gods wil.

2 thoughts on “Dag 4: Psalm 58 in oorlogstijd – over twee preken van ds. Willem C. Lamain

    • Dank voor uw belangstelling.
      1. Mag printen? Printen voor eigen gebruik is geen probleem. Voor het vermenigvuldigen van de teksten voor anderen of het plaatsen van de hele tekst op een andere website heeft u wel eerst mijn toestemming nodig. Meestal zal het handiger zijn om anderen gewoon een linkje te geven naar mijn site.
      2. Hoe printen? Onderaan elk bericht staat “Deel dit” met daaronder knoppen voor Facebook, Twitter, etc. Op de meest rechtse knop staat “Meer”. Als u daar op klikt, dan krijgt u de mogelijkheid te zien om te printen.
      PS: Ik ben wel betrokken bij de opleiding van studenten tot predikant, maar ben zelf geen dominee.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.