Theologie

Psalm 23, 137 en 150 volgens Zigabenos

In de twaalfde eeuw schreef de monnik Euthymios Zigabenos (ook gespeld: Zigadenus) in een klooster nabij Constantinopel een Griekstalig commentaar op de Psalmen. Hoewel men hem naar hedendaagse maatstaven plagiaat zou moeten verwijten omdat hij zonder duidelijke bronvermelding veel aan kerkvaders ontleent, heeft zijn werk toch wel een eigen karakter (zie bv. dit artikel van T. M. Conley) en geldt het als één van de belangrijkste middeleeuwse/Byzantijnse verklaringen van de Psalmen. John Raffan heeft het commentaar vertaald en in twee versies online gezet: Grieks + Engelse vertaling en alleen Engelse vertaling.

Zigobenos’ inleiding (“Preamble”) tot zijn commentaar stelt in kort bestek veel aan de orde en is beslist het lezen waard – het betoog dat David de auteur van alle psalmen zou zijn, is bijvoorbeeld weliswaar niet overtuigend maar toch instructief. Hier echter slechts enkele kleine voorbeelden uit het commentaar zelf:

Psalm 23:4

Over Psalm 23:4b schrijft Zigabenos (bij hem is dit Psalm 22:4b omdat hij de psalmnummering van de Septuaginta volgt):

Your rod and your staff, these have encouraged me.

The rod is the correcting rod for the errant, while the staff is the supporting prop for the faint hearted, that is, when I have sinned you have corrected me and when I have become weary you have upheld me and through both you have benefited me. The syntax is as follows: these have encouraged me, your rod and your staff. ‘They have encouraged me’ in the sense that they have admonished me, for the one who admonishes encourages and draws towards what is profitable.

Some have called the rod and staff the Cross as being composed of two parts, of which the upright is the staff, through which we were set upright when lying in error, and the horizontal is the rod, through which he struck and smote down the demons, for those who are striking strongly bring down the blow sideways. They say that the rod was placed first because first through the Cross he destroyed the tyrant and then through the same he delivered us, so that the interpretation is that your Cross has encouraged me towards piety.

Het idee om in de stok en de staf  een verwijzing naar het kruis te zien is bijvoorbeeld al te vinden bij Theodoretus van Cyrrhus (vijfde eeuw; zie de betreffende passage in Ancient Christian Commentary on Scripture of in Fathers of the Church), die ook reeds de dwarsbalk van het kruis ziet als stok om de demonen mee te slaan. Zigabenos neemt echter Theodoretus’ woorden niet copy-paste over en er is ook een klein inhoudelijk verschil: terwijl Theodoretus meer aandacht vraagt voor de betekenis van het kruis voor gelovigen nu, gaat het bij Zigabenos meer om wat Christus destijds aan het kruis heeft gedaan.

Psalm 150:3–5

Mocht men de lijn van stok en staf naar de twee delen van het kruis toch wat gezocht vinden, dan zal men blij zijn dat Zigabenos zich in zijn verklaring van Psalm 150:3–5 wel verder gaat dan de letter van de tekst, maar al te wild geallegoriseer rond de diverse muziekinstrumenten expliciet afwijst:

He exhorts the Jews to praise God with all instruments of the various musical members and the Christians to praise God with all instruments of the various bodily members, with eyes, with hearing, with mouth, with hands, with feet. For when the eyes do not look licentiously, but as is seemly and needful, and the hearing does not accept evil words, but ones that are needful and beneficial, and the mouth does not utter harmful things, but those that are useful and spiritual, and the hands do not grasp more than their due or plunder or strike, but are stretched out in good deeds, and the feet do not run to evil, but on a straight way, then praising through every organ we offer a harmonious melody to God.

(…) I am not ignorant of the allegorical interpretations given to these [musical instruments] by some, but I have omitted them, as indeed with many such things in the other psalms, on account of their being easily refuted and hard to accept.

Psalm 137:9

Bij het moeilijke vers “Welzalig is hij die uw kleine kinderen grijpen en tegen de rots verpletteren zal” (Psalm 137:9 [136:9 in de Septuaginta]) geeft Zigabenos evenwel aan dat wij dit niet meer letterlijk mogen nemen:

They extend their anger even to the most tender age, calling blessed the one who treats even her infants in an inhuman and savage way.

But such things do not belong to us who are disciples of the meek and benevolent one who commands us most of all to love our enemies and to treat them well.

But now those things in the psalm that are easily susceptible to anagogical interpretation are to be so treated.

You will understand the ‘sons of Edom’ as the demons, enjoining one another to empty out the wealth of the soul to the utmost, for ‘Jerusalem’ is to understood as the soul.

Babylon the wretched is impiety that brought wretchedness, once piety had taken control, and blessed is the one who has brought down impiety. The infants of impiety are newly-born passionate thoughts or else infantile and foolish thoughts, and the one who masters them and dashes them against the rock of faith or against Christ – And the rock, it is written, was Christ – and so destroys them is blessed.

Deze anagogische (‘geestelijke’) uitleg bevat ook weer allerlei elementen die al bij kerkvaders te vinden zijn. Moeite met de letter van een vers was in het verleden zeker geen reden om de psalm dan maar niet meer te lezen of te zingen.

Lofzangen

Met het oog op advent en kerst is het aardig te weten dat Zigabenos helemaal aan het eind van zijn commentaar ook een verklaring van de Lofzang van Maria en de Lofzang van Zacharias biedt (samen vormen deze “Ode 9” in de Septuaginta). Wie deze lofzangen eens door middeleeuwse ogen wil lezen, hetzij ter eigen overdenking, hetzij ter voorbereiding op een preek of meditatie, kan dus bij Zigabenos terecht.

Laten we nu echter slechts nog citeren wat hij over Psalm 150:6, het laatste vers van de psalmen zelf, schrijft:

Let every breath praise the Lord.

With an all-embracing expression, he moved every race and every age to praise and thanksgiving, calling the soul ‘breath’ and by the soul indicating the entirety, the part standing for the whole.

In the present life then he summons believers, but in the resurrection unbelievers also, for then all together will bend their knee to him and praise him.

Let us also therefore praise and give thanks continually for everything in deed and in word. For this is a necessary work and an obligation constantly demanded, an easily offered sacrifice, an angelic ministration. Doing this, we shall complete the journey of the present life without stumbling and will enjoy the blessings to come,

by the grace and love for mankind of our Lord Jesus Christ
along with whom to the Father and the holy Spirit is
glory, honour and worship to the ages of ages.
Amen.

Voor wie verder wil lezen, hier nogmaals de links naar het volledige commentaar:  Grieks + Engelse vertaling en alleen Engelse vertaling.

 

2 thoughts on “Psalm 23, 137 en 150 volgens Zigabenos

  1. Pingback: Terugkeer uit ballingschap: Psalm 23 volgens Bar-Hebraeus | Willem-Jan de Wit

  2. Pingback: De herdersstaf: kruk of kruis? | Willem-Jan de Wit

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s