Over een tweet van Richard Dawkins

De bekende Britse atheïst Richard Dawkins schopte gisteren enkele theologen tegen het zere been toen hij twitterde:

— Richard Dawkins (@RichardDawkins) February 28, 2013

Vrij vertaald in het Nederlands: “Waarom richt ik mijn pijlen op gemakkelijke doelen, niet op ‘ontwikkelde (of: subtiele) theologen’? Omdat ‘ontwikkelde theologen’ een innerlijke tegenspraak bevat en ze getalsmatig verwaarloosbaar zijn.”

De Belgische promovendus Tom Uytterhoeven reageerde hierop:

— Tom Uytterhoeven (@TomUytt) March 1, 2013

En dr. Taede Smedes (Nederlandse weblog, Engelse weblog) vulde aan:

Het eenvoudigste antwoord op Dawkins is natuurlijk dat “sophisticated attackers of religion” eveneens getalsmatig verwaarloosbaar zijn. Bij Dawkins zelf schiet bij mij ook niet zozeer het woord “sophisticated” als wel de uitdrukking “van dik hout zaagt men planken” te binnen. Dat is zelfs zijn kracht: op deze wijze weet hij mensen te prikkelen en aan het denken te zetten.

Zijn communicatiestrategie is ook slim: natuurlijk hebben geleerde theologen een zekere invloed op het godsdienstig leven van gewone mensen, maar heel erg groot is die invloed nu ook weer niet. Als hij bijvoorbeeld al zijn tijd stak in het beantwoorden van diepzinnige redeneringen van godsdienstwijsgeren, dan zou hij er hooguit in slagen enkele stemmen tot zwijgen te brengen waar de gewone gelovige toch al niet naar luisterde.

En de gewone godsdienstige mens moet worden bereikt. Dawkins noemt het uiterst onwaarschijnlijk dat God bestaat, maar dat niet alleen: als godsdienst enkel goeds voortbracht, zou hij vervolgens kunnen zeggen: nu goed, ieder zijn meug; baat het niet, dan schaadt het niet. In The God Delusion (God als misvatting) betoogt hij echter breedvoerig dat godsdienst wel schaadt, mensen gevangen houdt en tot wantoestanden leidt.

Bij het schrijven van mijn proefschrift heb ik me afgevraagd of ik me in de ogen van medetheologen zou verlagen door me in te laten met een populist als Dawkins en heb ik vervolgens toch enkele bladzijden aan hem gewijd (On the Way to the Living God, pag. 89–92). Hoewel mijn proefschrift uit de context van postchristelijk Amsterdam opkomt, begrijp ik juist ook hier in het religieuze Egypte wat Dawkins bedoelt wanneer hij bijvoorbeeld schrijft:

Wanneer mensen op de juiste manier worden aangemoedigd om voor zichzelf te denken over alle informatie die nu beschikbaar is, dan blijken ze vaak niet in God te geloven en een vervuld en bevredigd—ja, een bevrijd—leven te leiden.

Het is begrijpelijk dat christenen in Nederland zich zorgen maken over de seculiere tegenwind die door het land waait en daarom ook kritisch naar Dawkins kijken. Christenen in Egypte zuchten echter onder een religieuze tegenwind en zuchten juist naar een seculier zuchtje wind. Daarbij hoeft men niet alleen naar anderen te kijken—ook onder de christenheid zelf zijn er genoeg misstanden. Zo wees een weldenkend monnik mij er pas op dat het eigenlijk een schande is dat de kerken beenderen van kindertjes tentoonstellen die bij Herodes’ moordpartij in Bethlehem zouden zijn omgekomen en zo geld verdienen omdat ze mensen trekken die er heil van verwachten en er daarom ook offergaven voor geven.

Bij onze studenten zie ik in reactie op de huidige situatie in Egypte niet direct een tendens tot atheïsme, maar Monique Samuel wees er pas op dat jongeren in Caïro zichzelf nu veel gemakkelijker dan een paar jaar geleden als agnost of atheïst noemen.

Men kan veel op Dawkins tegen hebben, maar als hij mensen aan het denken zet en hun ogen opent voor de risico’s van religie—godsdienst is geen onschuldige folklore—, dan ben ik daar toch blij mee. Tegelijk heb ik in On the Way to the Living God erop gewezen dat Dawkins op een cruciaal punt zelf een blinde vlek heeft en geen oog voor lijkt te hebben voor de mogelijkheid dat, welke goden ook niet mogen bestaan en welke definitie van god ook onhoudbaar moge blijken, er de levende God is die juist wel bestaat. Dat cruciale inzicht kan men opdoen uit de werken van geleerde theologen, maar ook uit eenvoudige Bijbelwoorden. Leven op weg naar Hem is er voortdurend aan herinnerd worden “uit Egypte uit het diensthuis uitgeleid” te zijn, geroepen tot een leven in vrijheid en liefde.