Radeloos, redeloos, reddeloos

Wanneer ik het gesomber om mij heen hoor over de stand van het land hier in Egypte—symptoom van de onderliggende onruststructuur is bijvoorbeeld het besluit van de oppositie de parlementsverkiezingen te boycotten—, dan schiet ongewild het bekende rijtje “radeloos, redeloos, reddeloos” door mijn hoofd. In 1672, het rampjaar waarin ook mijn geboortedorp Bodegraven in vlammen opging, was het volk van de Verenigde Nederlanden redeloos, het land reddeloos en de regering radeloos. Qua historische omstandigheden zijn er natuurlijk talloze verschillen en misschien is het eenvoudigweg onzin Egypte nu met Nederland toen te vergelijken, maar zo’n ongezochte associatie in het hoofd laat zich niet zo gemakkelijk wegdrukken.

Nieuws uit Syrië helpt mij echter om dingen weer wat in de juiste proporties te zien. Het kan nog erger, heel veel erger. Voor de situatie in Egypte kunnen zich nog woorden aan je opdringen, als ik het nieuws uit Syrië hoor ben ik eerder sprakeloos. Veel Egyptenaren willen het land verlaten, maar tegelijk kunnen buitenlanders hier naar toe komen om ongestoord vakantie te houden. Vanuit Syrië slaan mensen op de vlucht. Ina Hansum, die samen met haar man o.a. voor de GZB in Libanon is, schreef over een bezoek aan vluchtelingen: “‘Ik leef in mijn eigen boze droom.’”