Theologie

Pauluslunch en Psalmenpapers

Deze week wordt in Amsterdam de internationale conferentie van de Society of Biblical Literature gehouden waar bijna zevenhonderd papers worden gepresenteerd door Bijbelwetenschappers en specialisten in verwante vakgebieden.

Op woensdagmiddag lunch ik met drie Amerikaanse conferentiedeelnemers die in Schotland met promotieonderzoek bezig zijn, van wie twee bij de bekende Nieuwtestamenticus N. T. (Tom) Wright en één die probeert te beargumenten dat waarschijnlijk al in de loop van de eerste eeuw de brieven van Paulus (inclusief 1 en 2 Timotheüs en Titus en Hebreeën) tot één collectie waren samengevoegd. Twaalf over één zijn we uitgegeten en kappen we onze gesprekken af en veertien over één staan we bij de ingang van het Joods Historisch Museum waar de beroemde Emanuel Tov terug zal blikken op wat zestig jaar Dode Zee-rollen-onderzoek heeft opgeleverd voor onze kennis van de tekst van de Hebreeuwse Bijbel (het Oude Testament). Helaas is het museum niet voldoende geïnformeerd over de faam van Tov en is een zaal klaargemaakt voor vijftig tot zeventig personen. Omdat dit aantal inmiddels ruim is overschreven, wordt ons vriendelijk maar onvermurwbaar meegedeeld dat we de zaal niet inmogen en de lezing niet kunnen beluisteren. Als troost wordt ons wel een gratis toegangskaart tot het museum aangeboden, waar ik onder andere Black Box van de kunstenaar William Kentridge bekijk, een heel speciale en wat lugubure voorstelling in een modeltheater met tekeningen, mechanische poppen en film.

Terug in de Universiteit van Amsterdam woon ik om drie uur een sessie over de Psalmen bij. Leonard Mare van de North-West University besteedt aandacht aan eer en schande in Psalm 44. In deze psalm is God een krijgsman die voor Israël strijdt. In het begin van de psalm is alles goed: het volk is trouw aan God gebleven en ook God blijft trouw aan het verbond en daarom staan vijanden te schande, maar God en zijn volk niet. De tweede helft van Psalm 44 zegt echter dat God het volk te schande heeft gemaakt (e.g Psalm 44:9, 15). Aan het eind van de Psalm beschuldigt Israël God er daarom van dat Hij slaapt—en daarmee gelijk staat aan goden zoals Baäl. Tegelijk is er een besef dat God de enige is die kan redden en de schande weg kan nemen.

(Mare stelt ook dat in antropologie vaak wordt gezegd dat eer een belangrijk punt voor mannen is en dat schaamte voor vrouwen iets positiefs kan zijn, maar dat in de Psalmen dit verschil tussen man en vrouw in het geheel niet speelt bij het spreken over eer en schande.)

George Savran van het Schechter Institute of Jewish Studies is geïnteresseerd in “verborgen stemmen” in de Bijbel en spreekt over de “De keer naar binnen: zelf-aanspraak in de Psalmen.” De “ziel” (nefesh) wordt vaak direct aangesproken in de Psalmen. In enkele teksten spreekt de nefesh zelf: Psalm 42:3b–4b en 7b–8. In Psalmen zijn dieren meestal ofwel vijandige beesten ofwel passief (bijvoorbeeld in Psalm 104). De vergelijking met een hinde is uniek. De Psalmen spreken vaak positief over eenheid van gedachten, woorden en daden, hoewel er ook Psalmen bestaan waar een gespletenheid van de stem van de psalmist minder negatief wordt gewaardeerd. Psalm 77:9–11 zijn waarschijnlijk ook inwaards gesproken woorden, evenals Klaagliederen 3:17–24.

One thought on “Pauluslunch en Psalmenpapers

  1. Hoop dat je ook het paper hebt gehoord van Phil Sumpter, die onlangs een hele dissertatie heeft gewijd aan Psalm 24!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s