Egypte

Eschatologie in Egypte: bouwen of verwachten?

Morgen hoop ik college te geven over “Eschatologie in Egypte.” Of liever gezegd: ik hoop college te ontvangen want de studenten moeten in groepjes iets vertellen over “dodencultus en volksreligie,” “islamitische eschatologie,” “Koptisch-Orthodoxe eschatologie,” “presbyteriaanse eschatologie,” “dispensationalistische eschatologie” en “uitleg/gebruik van het boek Openbaring sinds de Revolutie.” Aan mij zal de uitdaging zijn daar met de studenten kernlijnen en -vragen uit te destilleren.

Gelukkig kwam ik juist twee bijdragen tegen waaruit ik enkele gedachten morgen in de groep wil gooien: ds. Jaap Hansum, een collega van mij in Libanon, schreef vorige week een boeiend artikel in het Reformatorisch Dagblad getiteld “Arabische lente uitdaging voor protestantse christenen” (zie ook uitgebreidere versie) en dr. Andrea Zaki, één van de belangrijkste protestantse leiders in Egypte, hield gisteren op ons seminarie een gepassioneerde voordracht getiteld “The Challenges Facing Egyptian Christians in the Post-January 25th Revolutionary Context.” Beiden betogen kort gezegd dat de gerichtheid van Midden-Oosterse cq. Egyptische christenen op de wederkomst van Christus ten koste gaat van actief burgerschap in de samenleving en dat derhalve een omslag nodig is. De studenten krijgen morgen de volgende handout (plus Arabische vertaling) en ik ben benieuwd wat de citaten en vragen aan reacties oproepen en hoe ze interacteren met wat de studenten zelf zullen presenteren.

– – –

A.   Rev. Jaap Hansum (Libanon):

Protestant Christians in the Middle East are loyal to God-given authorities. As a minority Arabic Christians feel themselves mainly pilgrims, foreigners, and sojourners. They are traditionally more focused on the second coming of Christ than on the coming of God’s Kingdom here and now. . . . Instead of spending all energy on their own churches, they should rather focus on contributing to the coming of God’s Kingdom wherever that is possible. This focus on the Kingdom should also make Protestants cooperate with other groups in society. . . . They should protest in word and deed against authorities when basic Christian values and human rights are at stake.

  • What does “contributing to the coming of God’s Kingdom” mean?
  • Do you agree with rev. Hansum that we should contribute more to the coming of God’s Kingdom?

B.   Dr. Andrea Zaki:

The dreams and the visions that occupy the mind of the minority are of the second coming of Jesus Christ and the establishment of his Millennium. Such dreams reflect the desire of the minority to overcome current problems. However, insistence on a literal interpretation of the Bible stories makes criticism difficult and reduces the possibility of developing a theology that can meet the needs of the community. A theology that focuses on heavenly intervention does not encourage dynamic citizenship …

The theology that the Copts adopted was based on passiveness and implies fundamental contradictions. The Church advocates a secular state while it promotes theocracy, seeing itself as the sole political alternative with the traditional view of the separation of the Kingdom of Heaven from the Kingdom of Earth with the eschatological expectation of God’s intervention in favor of His people. Practically, the Church becomes involved in the political struggle, not as a civil society institution, but as a political alternative.

  • Should Christians focus their hope on God’s eschatological intervention (second coming of Christ) or not?

C.   Herman Bavinck (Dutch theologian, 1854–1921) on following Jesus Christ:

Jesus did not come to judge the world, but to save it (John 3:17); the monk leaves the world and judges it by going to the desert. Jesus isolated himself in a deserted place early in the morning (Mark 1:35) to strengthen himself for daily work and his life work; the monk sees the essence of virtue in ascetic exercise itself and changes means into goal.

[Many] questions come together in the question about the imitation of Christ and life in the modern world. Is there still room for such an imitation in the cultural life of the present? Can it still be taken seriously by people in the state, in industry and business, in the marketplace, the stock-exchange and the bank, in office and factory, in science and art, in war and at the front?

  • Is what Bavinck says about the monk (that he leaves the world and judges it) also true for Presbyterian Christians in Egypt?
  • If you were asked to speak about following Jesus Christ in the state, in the market place, at work, and on Midan it-Tahrir, what would you say?

– – –

Wie Bavinck liever in het Nederland leest: het eerste citaat van hem komt uit zijn artikel  “De navolging van Christus” (1886, pag. 322) en luidt in het origineel:

Jezus is gekomen niet om de wereld te veroordeelen, maar om haar te behouden Joh. 3 : 17; de monnik verlaat de wereld en begeeft zich in de woestijn om haar te veroordeelen. Bij Jezus was afzondering in eene woeste plaats des morgens vroeg Mark 1 : 35 sterking voor de dag- en levenstaak; de monnik stelt in de oefening, in de askese het wezen der deugd en verandert middel in doel.

Bavinck bedoelt met deze zin niet zozeer de heilige Antonius nog eens een trap na te geven als wel de wereldmijding in zijn eigen Christelijk Gereformeerde Kerk aan de kaak te stellen, zoals hij ook twee jaar later in een brief aan Christiaan Snouck Hurgronje schrijft over zijn rede over de katholiciteit van christendom en kerk: ze is bedoeld “als medicijn voor de separatistische en sectarische neigingen, die soms in onze kerk zich vertoonen. Er is zooveel enghartigheid, zooveel bekrompenheid onder ons, en ’t ergste is dat dat nog voor vroomheid geldt.”

Het tweede citaat van Bavinck is ontleend aan zijn brochure De navolging van Christus en het moderne leven (1918, pag. 7) en luidt in het origineel:

In het middelpunt van die vraagstukken staat dat naar de navolging van Christus en het moderne leven. Is er voor die navolging nog plaats in het cultuurleven van den tegenwoordigen tijd? Kan men met haar nog rekenen in den staat, in nijverheid en handel, op de markt, op de beurs, in de bank, het kantoor en de fabriek, in wetenschap en kunst, in den oorlog en aan het front?

De citaten worden ook besproken in On the Way to the Living God.

– – –

Het artikel van Hansum riep bij mij ook enkele gedachten op over de vraag in hoeverre wat hij schrijft over protestanten in het Midden-Oosten in het algemeen ook van toepassing is op presbyterianen in Egypte.  Hansum schrijft:

Het protestantisme in het Midden-Oosten is tot op de dag van vandaag sterk gestempeld door het piëtisme van de negentiende-eeuwse westerse zendelingen. Zij brachten destijds het protestantisme naar het Midden-Oosten. In deze geloofsbeleving staan een persoonlijke bekering en levensheiliging van individuele gelovigen centraal.

De protestantse christen in het Midden-Oosten stelt zich verder loyaal op tegenover de van God gegeven autoriteiten. Als minderheidsgroepering voelen Arabische protestanten zich vooral pelgrims, vreemdelingen en bijwoners. Men heeft zich van oudsher meer gericht op de wederkomst van Christus dan op de komst van Gods Koninkrijk hier en nu.

Hier in Egypte hoor ik toch een iets ander geluid over de negentiende-eeuwse presbyteriaanse zendelingen: zij brachten niet alleen het evangelie met woorden, maar vervulden ook een voortrekkersrol bij de ontwikkeling van gezondheidszorg en onderwijs in Egypte. Een presbyteriaanse zendeling zou hebben gezegd: “Als wij één school bouwen, dan komen er meteen twee” – andere groepen in de samenleving voelen zich dan ook uitgedaagd scholen te bouwen.

Wat betreft de verregaande loyaliteit tegen de autoriteiten: het is de vraag of de protestantse christenen in Egypte dat hebben geleerd van het westerse piëtisme of dat het in hun orthodoxe genen zat (de meeste protestanten in Egypte komen uit families die in vroeger generaties Koptisch-orthodox waren). Een dergelijke loyaliteit ziet men immers evenzeer bij de orthodoxe kerken.

Wat betreft de gerichtheid op de wederkomst van Christus: in Egypte is dit bij de Brethren (Vergadering van Gelovigen) een belangrijk thema, met alle dispensationalistische details erbij, terwijl leidinggevende presbyterianen er juist daarom veelal maar over zwijgen. Soms houdt de eschatologische verwachting van presbyterianen dan ook niet veel meer in dan dat de geest van gelovigen na hun dood naar de hemel gaat. Tegelijk leeft er onder het gewone presbyteriaanse kerkvolk wel het besef dat er meer te zeggen moet zijn: wie verzekerd wil zijn van een aandachtig gehoor, moet in een presbyteriaanse dorpskerk over Openbaring preken, is mijn ervaring.

In lijn met wat Hansum verder schrijft, komt het mij voor dat de protestantse kerken in Egypte schrijnende armoede, schending van mensenrechten, gebrek aan godsdienstvrijheid en structurele corruptie meer aan de kaak kunnen stellen dan in het verleden misschien het geval is geweest. Als buitenstaander vraag ik mij soms af of de revolutie minder tumulteus en met meer effect had kunnen verlopen, als men tien jaar geleden al massaal geen genoegen meer had genomen met de misstanden. Als ik nu aan mensen vraag waarom dat niet is gebeurd, is het antwoord: we wisten niet dat we door de straat op te gaan echt iets konden bereiken.

– – – 

Dr. Andrea Zaki was dinsdag zo nuchter dat het op zich alleszins begrijpelijk is dat minderheden de steun zoeken van machthebbers en niet actief tegen hen ingaan. Er werden echter kritischer noten geplaatst bij het feit dat de Koptisch-Orthodoxe Kerk tijdens de revolutie, toen er wel een kans was de stem te verheffen, zo weinig zei en dat ook de presbyteriaanse synode in het jaar sinds de revolutie bleef steken in allerlei interne kwesties in plaats van haar stem te verheffen om bij te dragen aan de opbouw van een nieuwe Egypte.

Zaki pleitte voor theologische vernieuwing. Hij sprak over de noodzaak van “meervoudige loyaliteit” en “een relatief en flexibel concept van identiteit,” gebaseerd op een theologie die gelooft dat niemand de absolute waarheid bezit. Hij doelde daarbij vooral op een pluralistische interpretatie van religieuze teksten (Bijbel en Koran): zonder het gezag van de teksten zelf ter discussie te stellen moet het besef aanwezig zijn dat er meerdere interpretaties van teksten mogelijk zijn (en dus de eigen interpretatie en toepassing ervan in de samenleving niet zomaar aan ieder kan worden opgelegd). Verder moet de vernieuwde theologie solidariteit als basis voor samenleven zien en waarde hechten aan institutionalizering, waardoor de kerk in het hart van de “civil society” komt en de rol van Gods volk als een gemeenschap gericht op gelijkheid, rechtvaardigheid en volledige participatie wordt bevestigd. Net als Hansum wees hij op de mogelijkheid om samen te werken met gematigde moslims.

– – –

Laat ik maar gewoon eerlijk zeggen dat ik aarzel bij de gedachte van Hansum dat wij door actief te zijn in de samenleving bijdragen aan de komst van het Koninkrijk. We moeten handelen overeenkomstig het Koninkrijk, maar is het niet te utopisch gedacht dat wij kunnen bijdragen aan de komst ervan? Meer nog aarzel ik als theologie vooral een verhaal van goed burgerschap wordt, zoals ik bij Zaki proef. Als de presbyteriaanse kerken in Egypte helemaal op deze toer gaan, vrees ik dat ze hart en gevoel van hun leden niet meer raken en dat die dan op zoek gaan naar andere kerken die meer geestelijke warmte bieden.

Tegelijk zou men Hansum en Zaki onrecht doen als men hun vertogen op één hoop zou gooien met de Westerse situatie van enkele decennia geleden waarbij maatschappelijke en politieke preken misschien vooral gebrek aan spiritualiteit en transcendentieverlies moesten maskeren. Hansum pleit juist voor spiritualiteit: een “meer maatschappijbetrokken, tegendraadse en strijdbare protestantse spiritualiteit” die “een drive zal zijn voor een bescheiden maar actieve, vitale en bezielende protestantse presentie in het Midden-Oosten.”

Bij Zaki klonk er ook diepe zorg en diepe hoop door: “Als we zeggen dat we geen toekomst hebben [als christenen in Egypte], zullen we zeker geen toekomst hebben.” Hoewel hij Hansums cijfer van 300.000 Egyptische christenen die sinds de revolutie zijn vertrokken niet kon bevestigen (“niemand heeft de cijfers”), is er zeker sprake van gebrek aan toekomstbesef onder een deel van de Egyptische christenen. Zaki zelf was ook niet optimistisch over de situatie, maar greep terug op wat voor hem de kern is: “Ook al zien we geen tekenen van hoop, hoop staat wel centraal in ons christelijk geloof.”

Feit is ook dat de kerken in Egypte de afgelopen decennia er ook niet in geslaagd zijn het christelijke volksdeel als geheel te bereiken. Een collega rekende pas voor dat 90% van de Egyptische christenen de kerkmuren vrijwel nooit van binnen ziet. Ik kan deze blog helaas niet afronden met een passend antwoord daarop en heb ook niet het gevoel dat ik alle lijntjes van deze blog in een mooi einde samen kan brengen, maar waag me toch aan een slotgedachte:

Misschien is een kerk die zowel hunkerend uitziet als met open ogen in de wereld staat het meest in staat mensen te bereiken en in te winnen tot liefde tot God en de naaste. De kerk hoeft haar diepste verlangen de levende God eenmaal van aangezicht tot aangezicht te zien en haar hoop dat God zelf alle tranen van de ogen af zal wissen niet in te ruilen voor een hier-en-nu-verhaal, maar kan haar hoop en verlangen niet geloofwaardig vasthouden en uitdragen als ze onderweg in deze wereld niet staat voor daadwerkelijke naastenliefde en gerechtigheid.

PS donderdag 23 februari: zojuist ontving ik de digitale versie van dr. Andrea Zaki’s paper “The Challenges Facing Egyptian Christians in the Post-January 25th Revolutionary Context.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s