Theologie

Dag 24: Met Psalm 58 de straat op

“Psalm 58” van Schütz/Becker/Wolters met Lebenslaute op straat
Een qua geluid betere opname van hetzelfde psalmlied

Psalm 58 als protestlied op straat zingen – in Duitsland gebeurt dat echt. Onder de naam “Lebenslaute” (levensgeluiden) wordt sinds 1986 als politieke actie klassieke muziek op straat gespeeld en gezongen, waarbij vaak “Wie nun, ihr Herren, seid ihr stumm” op het programma staat.[1] De muziek van dit lijflied van Lebenslaute is van de beroemde componist Heinrich Schütz (1585–1672), terwijl de tekst (althans de eerste strofe) is ontleend aan Psalm 58 in de psalmberijming die de lutherse theoloog Cornelius Becker (1561–1604) in 1602 publiceerde. Beckers psalmberijming was bedoeld als tegenhanger voor de gereformeerde berijming van Ambrosius Lobwasser die was geënt op het Franse Geneefse psalter.[2] Becker koos voor zijn bekende lutherse gezangmelodieën, voor Psalm 58 de melodie van “Wo Gott der Herr nicht bei uns hällt.”[3] Zijn tekst van Psalm 58 luidt (in een versie met iets gemoderniseerde spelling en interpunctie, en met een vertaling en enkele opmerkingen van mijn hand):

1. Wie nun, ihr Herren, seid ihr stumm,
Daß ihr kein Recht künnt sprechen?
Was gleich und grad, das macht ihr krumm,
Helft niemand zu seim Rechten,
Mutwillig übt ihr Gwalt im Land,
Nur Frevel geht durch eure Hand,
Was will zuletzt draus werden?

(Wat bent u, heren, nu toch stil, dat u geen recht kunt spreken? Wat vlak en recht is, maakt u krom; u helpt niemand aan zijn rechten. Moedwillig oefent u uw macht uit in het land; slechts misdaad gaat door uw hand; wat moet daar uiteindelijk van worden?)

Het “seid ihr stumm” (bent u stil) is een weergave van het lastige Hebreeuwse ēlem (in de Herziene Statenvertaling vertaald als “vergadering van rechters”). Becker volgt hier Luthers vertaling van de psalm.[4] “Herren” (heren) is dus niet de dichterlijke omschrijving van “vergadering [van rechters]” maar van “mensenkinderen” in vers 2b.

Vers 3 luidt in de Herziene Statenvertaling: “Veeleer bedrijft u onrecht in uw hart; uw handen wegen geweld af op de aarde.” In de Hebreeuwse grondtekst staat “op de aarde” in het midden van het vers, zodat exegeten van mening verschillen over de vraag of het bij 3a of 3b hoort. De HSV kiest voor het laatste, maar Luther koos voor het eerste en vertaalde “im Lande.” Omdat “in het hart” en “in het land” moeilijk letterlijk samengaan, vertaalde hij “in het hart” als “mutwillig” (moedwillig, of eventueel: kwaadwillig). Becker volgt hier, voor zover zijn rijmschema het toestaat, Luther dus op de voet.

2. Von Mutterleib die böse Art,
Gottlos und ganz verkehret,
Treibt Büberei zu jeder Fahrt,
Mit Lügen sie sich nähret,
Unrichtig gehn sie ihren Gang
Und stechen um sich wie ein Schlang,
Giftig mit großem Wüten.

(Vanaf de moederschoot bedrijft de boze aard, goddeloos en geheel verkeerd, schurkerij bij elke gelegenheid; met leugen voedt ze zich. Verkeerd gaan ze hun gang en steken om zich heen als een slang, giftig met grote woede.)

3. Gleichwie die Otter stopfet zu
Das Ohr für dem Beschwerer,
Damit er ihr kein Schaden tu,
Wenn sie sein Stimm sollt hören,
So tun die giftign bösen Würm,
Wenn Gott sagt: nehmt das Recht in Schirm,
So habn sie keine Ohren.

(Zoals de adder haar oor toestopt voor de bezweerder, opdat hij haar geen schade aandoe als zij zijn stem mocht moeten horen, zo doen de giftige boze wormen: wanneer God zegt: “Neemt het recht in bescherming,” dan hebben ze geen oren.)

4. Schlag sie aufs Maul, zerbrich ihr Zähn,
Ihr Backenzähn zerstoße,
Laß ihre Macht schmählich zergehn,
Wie Wasser ausgegossen,
Greif drein, Herr, ihre Pfeil zerbrich,
Die sie gerichtet habn auf mich,
Mein Seele zu verderben.

(Sla hen op hen bek, verbreek hun tanden, vermorzel hun kiezen. Laat hun macht smadelijk vergaan, als water worden uitgegoten. Grijp in, Heere, verbreek hun pijlen die ze op mij hebben gericht om mijn ziel te verderven.)

Opvallenderwijs noemt Becker hier de jonge leeuwen uit vers 7b niet. Verder brengt hij de eerste persoon in (“mich,” “mein Seele”), terwijl in de Bijbeltekst juist opvallend is dat in deze psalm de spreker nooit naar zichzelf verwijst. Exegetisch is het dan ook een vraag hoe we ons de spreker in de psalm moeten voorstellen: is het iemand die zichzelf bedreigt voelt omdat goddeloze leugenaars als slangen en leeuwen op hem aan willen vallen en er geen mens meer is die hem recht doet, en daarom als noodkreet van iemand die met zijn rug tegen de muur staat zo’n felle toon aanslaat? Of is het iemand die vanuit een hoge positie de goddelozen en zelfs de rechters tot de orde roept en het zo opneemt voor de verdrukten? Zoals we gisteren zagen, neemt Salomon van Til dit tweede standpunt in, waardoor hij in de psalm de stem van Christus als voorspraak voor zijn volk hoort. Maar Beckers berijming gaat uit van het eerste standpunt.

5. Für Angst ihr Seel verschmachtet[5] furt,
Gleichwie die Schneck im Sommer,
Gleichwie ein unzeitig Geburt,
Die ans Taglicht nicht kommet,
Ihr Dornen werden reifen nicht,
Weil in der Blüt dein Zorn und Gricht
Sie frisch hinweg wird reißen.

(Hun ziel kwijnt weg van angst, zoals een slak in de zomer, zoals een vroeggeboorte die het daglicht niet te zien krijgt. Hun doorns zullen niet rijpen omdat uw toorn en gericht ze nog fris in hun bloei weg zal rukken.)

De Herziene Statenvertaling geeft vers 9 weer als een wens: “Laten zij vergaan als een smeltende slak; laat hen, als de misgeboorte van een vrouw, de zon niet zien.” Luther vertaalde echter met een gewone aantonende wijs: “Sie vergehen …” (zij vergaan), etc. Beckers tekst zoals hier weergegeven volgt Luthers vertaling, maar in de oorspronkelijke uitgave van 1602 heeft Becker “verschmachte” (kwijne weg, laat … wegkwijnen). Dat lijkt me de strekking van de psalmtekst beter weer te geven.

6. Der Grechte solchs wird schauen an
Mit fröhlichem Gemüte,
Wenn durch Gotts Rache baden kann,
Sein Fuß in ihrem Blute,
Denn wird es rühmen jedermann,
Wer Gott vertraut hat wohlgetan,
Gott ist noch Richter auf Erden.[6]

(De rechtvaardige zal dit met vrolijk gemoed aanschouwen, wanneer zijn voet door Gods wraak kan baden in hun bloed. Dan zal iedereen roemen: “Wie op God vertrouwt, heeft daar goed aan gedaan: God is nog rechter op aarde.”)

Al met al heeft Becker een versie van Psalm 58 geschapen die misschien niet uitblinkt door heel bijzondere dichterlijke vondsten, maar die, voor zover je redelijkerwijs van een berijming kunt verwachten, goed aansloot bij Luthers vertaling van de psalm en was gesteld in acceptabel Duits.

Zoals gezegd schreef Becker zijn berijming bij bestaande gezangmelodieën. Na zijn dood heeft Heinrich Schütz echter nieuwe melodieën en zettingen gemaakt voor Beckers psalmboek en voor Psalm 58 pakte dit bijzonder gelukkig uit. Dat Beckers versie van Psalm 58 niet geheel in vergetelheid is geraakt, is zeker mede te danken aan de fraaie melodie en zetting die Schütz ervoor schreef.

Overigens bestond een eeuw geleden het gevaar dat de melodie het zonder Beckers tekst zou gaan overleven. Toen Theodor Goldschmid in 1900 een uitgave van twintig vierstemmige psalmen van Schütz verzorgde, nam hij steeds de bijbehorende psalmtekst van Becker op en daarnaast vaak nog een gezang dat op dezelfde melodie kon worden gezongen. Alleen bij Psalm 58 liet hij dit principe los: de “kostbare toonzetting” van Schütz wilde hij beslist opnemen, maar met Beckers tekst kon hij niet uit de voeten. Hij citeert in zijn voorwoord alleen de eerste strofe en zegt daarvan: “Formeel is deze [eerste] strofe nog wel de verdraaglijkste van Beckers psalmlied, maar inhoudelijk is ze daarentegen voor de eredienst even weinig bruikbaar als de overige strofen.”[7] De vraag is in hoeverre dit oordeel specifiek Beckers tekst trof en in hoeverre het opkwam uit een groeiend besef dat Psalm 58 als zodanig een geest ademt die niet past in de christelijke eredienst. In elk geval, Goldschmids oplossing was dat hij bij Schütz zetting van Psalm 58 Beckers tekst die psalm niet opnam, maar in plaats daarvan Beckers versie van Psalm 2 liet afdrukken.

Dat in elk geval de eerste strofe van Beckers Psalm 58 het toch heeft overleefd, is wel te danken aan Gottfried Wolters (1910–1989) die er een nieuwe tweede en derde strofe bij dichtte:

Ihr ungerechten Herren wisst,
dass ihr der Armen Dulden
doch einmal bitter büßen müsst
als euer eigen Schulden.
Der bösen Taten Klagemund
wird euch in eures Herzensgrund
ein bitter Urteil sprechen.

(U onrechtvaardige heren, weet dat u toch eenmaal als uw eigen schuld bitter zult moeten boeten voor wat de armen hebben moeten verdragen. De mond die klaagt over de slechte daden zal bij jullie in de grond van jullie hart een bitter oordeel spreken.)

All Erdenrund ist voll Geschrei,
verletzt sind Recht und Sitten.
Ihr armen Menschen kommt herbei,
ists nicht genug gelitten?
Wir brauchen aller Seel und Kraft,
dass nach viel böser Leidenschaft
ein neu Geschlecht erwache.[8]

(Heel het rond der aarde is vol geschreeuw; recht en zeden zijn geschonden. U arme mensen, kom erbij: heeft u niet genoeg geleden? We hebben de ziel en kracht van allen nodig opdat na veel kwade hartstocht een nieuw geslacht zal ontwaken.)

Ongetwijfeld is het dankzij deze tweede en derde strofe dat Beckers eerste strofe een nieuwe kans kon krijgen en nu samen met deze twee nieuwe strofen (maar zonder de oude strofen 2–6) zelfs op straat als protestlied wordt gezongen.

En wellicht heeft zo de eerste strofe als zodanig ook weer zoveel bekendheid gekregen dat hij enkele jaren geleden naast woorden van Maarten Luther, Jochen Klepper, Elie Wiesel en anderen als inspirerend citaat werd afgedrukt op het promotiemateriaal van de “Buß- und Bettag” (boete- en biddag) van de Evangelische Kirche von Kurhessen-Waldeck en de Evangelisch-Lutherische Kirche in Bayern op 18 november 2015, die als thema had: “Machtlos?” (machteloos?).

Uiteraard zijn er wel vragen te stellen bij deze nieuwe versie van Psalm 58 met de strofen van Wolters: het zijn geen berijmingen van de Bijbeltekst en God als degene die moet ingrijpen en zal oordelen ontbreekt hier, terwijl het in Psalm 58 op de twee kernpunten, in het midden (vers 7) en het eind (vers 12), juist daarom gaat. Uiteraard mag men hopen dat de klacht van de armen nog oordelend doorklinkt in het hart van de slechte heren en uiteraard is het goed om samen te staan voor een betere toekomst, maar de psalm peilt dan toch dieper. Want wat als de goddelozen hun oren domweg hebben gesloten voor elke stem om hen tot inkeer te roepen? Wat als er niemand meer is die lijkt te luisteren en geen mens het meer voor je lijkt op te nemen? Die diepste nood brengt de psalm voor God en dat mis je dan toch in de strofen van Wolters.

Verder zal ieder uiteraard voor zichzelf af moeten wegen of hij of zij alle actiedoelen van Lebenslaute zou steunen. Niettemin is het met recht opmerkelijk dat een duizenden jaren oude psalm uit een verre cultuur en een vierhonderd jaar oude berijming daarvan toch nog uitgangspunt kan zijn voor een lied dat mensen nu aanspreekt en tot actie motiveert. Waar Psalm 58 zelfs binnen de kerken vaak wordt vermeden, zijn er vandaag de dag toch ook mensen die met deze psalm de straat op willen gaan.

Uiteraard zijn er wel vragen te stellen bij deze nieuwe versie van Psalm 58 met de strofen van Wolters: het zijn geen berijmingen van de Bijbeltekst en God als degene die moet ingrijpen en zal richten, waar het in Psalm 58 in het midden (vers 7) en het eind (vers 12) juist om gaat, ontbreekt hier. Ook zal Niettemin is het opmerkelijk dat een aloude psalm en een vierhonderd jaar oude berijming daarvan toch nog uitgangspunt kan zijn voor een lied dat mensen nu aanspreekt en tot actie motiveert.


[1] “Lebenslaute”; cf. “Lebenslaute,” August 14, 2016. Men noemt zelf “Wie nun, ihr Herren, seid ihr stumm” de “Lebenslaute-Hymne”: Lebenslaute, “Geigentöne statt Kriegsgedröhne: Konzert 2010 auf dem Truppenübungsplatz Altmark; Musik und Texte.”

[2] Finke, “‘Dass ich mit dieser Arbeit einem Andern dazu Reizung und Ursach gebe’: Zur Motivation der Psalmbearbeitungen von Lobwasser, Becker, und Schütz,” 90–92.

[3] Becker, Der Psalter Davids Gesangweis, Der LVIII. Psalm.

[4] “Luther Bibel 1545,” Psalm 58.

[5] In de oorspronkelijke uitgave van 1602 staat hier “verschmachte” (kwijne weg, laat … wegkwijnen). Dit sluit nauwer aan bij de Bijbeltekst.

[6] “Schütz-Werke-Verzeichnis 155: Psalm 58.”

[7] Goldschmid, “Vorwort,” iii–iv.

[8] Op internet zijn deze strofen vaak te vinden zonder vermelding van het feit dat het nieuw toegevoegde strofen zijn en dat Gottfried Wolters de dichter is. Zie echter de pagina over de “Sommeraktion” van 2017 op de website van Lebenslaute.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.