Theologie

Dag 22: Psalm 58 als protestlied van Isaac Watts

Psalm 58 wordt niet zo vaak gezongen. In het Nederlands zijn er naast berijmingen op de Geneefse melodie voor zover ik weet ook nauwelijks andere liederen bij Psalm 58 gedicht. Er zijn een aantal bundels gedichten bij de psalmen waarin ook voor Psalm 58 een gedicht is opgenomen, maar zulke teksten zijn meestal niet bedoeld om te zingen. Naast berijmingen op de Geneefse melodie en het nummer “Laat hen verdwijnen” van Psalmen voor Nu ken ik geloof ik geen enkele andere zingbare Nederlandse tekst bij Psalm 58. (Mocht dit slechts mijn onwetendheid zijn en zie ik iets moois of belangrijks over het hoofd, dan hoor ik het uiteraard graag.)

In het Engeland heeft Isaac Watts (1674–1748) in de achttiende eeuw liederen bij alle psalmen geschreven. Het zijn geen berijmingen in de strikte zin van het woord waarbij men voor zover het rijmschema dat toelaat de Bijbeltekst zo nauwkeurig mogelijk weergeeft, maar bewust wat vrijere teksten, soms met expliciet nieuwtestamentische motieven. Zo is “Jezus zal heersen waar de zon” (“Jesus shall reign where’er the sun”) zijn versie van Psalm 72 en “O God, die droeg ons voorgeslacht” (“Our God [later veranderd in: O God], our help in ages past”) zijn versie van Psalm 90.

In zijn lied over Psalm 58 heeft hij geen expliciet christelijke motieven verwerkt. Het is veeleer een vrij uitgesproken (en daarmee in vroeger dagen wellicht haast gewaagd) protestlied geworden. Het draagt als titel “Warning to magistrates” (waarschuwing aan magistraten) en telt zes strofen. Hieronder geef ik de Engelse tekst gevolgd door een vrij letterlijke vertaling.

Strofe 1+2

De eerste twee strofen zijn gebaseerd op vers 2 en 3 van de psalm: “Spreekt u werkelijk recht, raad van rechters? Oordeelt u billijk, mensenkinderen? Veeleer bedrijft u onrecht in uw hart; uw handen wegen geweld af op de aarde” (HSV).

1. Judges, who rule the world by laws,
Will ye despise the righteous cause,
When th’ injured poor before you stands?
Dare ye condemn the righteous poor,
And let rich sinners ’scape secure,
While gold and greatness bribe your hands?

(Rechters, u die de wereld regeert volgens wetten, zult u de rechtvaardige zaak verachten wanneer de onrechtlijdende arme voor u staat? Durft u de rechtvaardige armen te veroordelen en de rijke zondaars veilig te laten wegkomen terwijl goud en grootheid uw handen omkopen?)

2. Have ye forgot, or never knew,
That God will judge the judges too?
High in the heav’ns his justice reigns;
Yet you invade the rights of God,
And send your bold decrees abroad,
To bind the conscience in your chains.

(Hebt u vergeten of nooit geweten dat God ook de rechters oordelen zal? Hoog in de hemelen regeert zijn gerechtigheid; toch maakt u inbreuk op Gods rechten en vaardigt uw eigen hovaardige decreten uit om het geweten in uw ketenen te binden.)

In de eerste strofe valt op dat Watts de corruptie nog explicieter benoemd dan de psalm zelf en hoe hij opkomt voor het “recht der armen.” Hij lijkt terecht aan te hebben gevoeld dat de psalm iets profetisch heeft en dit daarom nog iets sterker te hebben aangezet. Wie woont en werkt in een land waar corruptie een reëel probleem is, zou wensen dat de kerk zo’n psalmbewerking in het liedboek heeft staan, ook al is het wellicht te gewaagd om het vaak te zingen.

De tweede strofe is nogal vrij ten opzichte van de psalmtekst. Het “God will judge the judges too” (God zal ook de rechters rechten) is mooi gevonden, maar in de Bijbeltekst komt God op dit punt nog niet ter sprake. Daar loopt de spanning als het ware eerst op tot halverwege de psalm, tot het moment dat de slangen willen bijten en de leeuwen willen aanvallen – dan, op dat moment, valt Gods naam voor het eerst en wordt Hij aangeroepen. Bij Watts mis je deze spanningsboog en is God als het ware meteen aanwezig.

De laatste twee regels van de tweede strofe, “And send your bold decrees abroad, to bind the conscience in your chains” (vaardigt uw eigen hovaardige decreten uit om het geweten in uw ketenen te binden) is ook niet heel direct op de psalm gebaseerd, maar verwijst mogelijk naar de ervaring van zijn vader. Die behoorde in het Engeland van de zeventiende eeuw tot de dissenters (mensen die kritisch stonden ten opzichte van de anglicaanse kerk) en werd twee keer gevangengezet voor zijn non-conformistische geloofsovertuigingen.[1]

Strofe 3

3. A poisoned arrow is your tongue,
The arrow sharp, the poison strong,
And death attends where’er it wounds:
You hear no counsels, cries, or tears;
So the deaf adder stops her ears
Against the power of charming sounds.

(Een giftige pijl is uw tong, de pijl is scherp, het gif is sterk, en de dood wacht waar hij verwondt: u hoort geen adviezen, roepstemmen of tranen; zo sluit de dove adder haar oren voor de kracht van bezwerende geluiden.)

Deze strofe is gebaseerd op de vers 4–6 van de psalmtekst: “De goddelozen zijn van God vervreemd vanaf de baarmoeder; de leugenaars dwalen vanaf de moederschoot. Zij hebben vurig vergif, het lijkt op vurig slangengif; zij zijn als een dove adder, die zijn oren dichtstopt, die niet wil luisteren naar de stem van de bezweerder, van hem die kundig bezweringen doet” (HSV). Het theologisch lastige vers 4 (duidt vanaf de baarmoeder op erfzonde of niet?) komt echter feitelijk niet terug in de berijming. Watts lijkt het gemakshalve maar over te hebben geslagen.

Opvallend is verder dat in de Bijbeltekst de goddelozen vanaf vers 4 in de derde persoon worden beschreven, terwijl Watts hier nog de tweede persoon aanhoudt. Exegetisch kun je erover twisten of de “rechters” die in vers 2+3 worden aangesproken zelf ook de goddeloze leugenaars van vers 4–6 zijn of dat de psalmist de “rechters” van vers 2+3 tot de orde roept omdat zij de goddeloze leugenaars van vers 4–6 blijkbaar hun gang maar laten gaan. Omdat Watts de tweede persoon aanhoudt, is deze knoop echter meteen doorgehakt.

De “arrow” (pijl) in de tweede regel van de strofe komt niet voor in vers 4–6, maar zal Watts ontleend hebben aan vers 8b: “Legt hij zijn pijlen aan, laat ze zijn alsof ze afgebroken zijn” (HSV).

Strofe 4 en 5

Watts’ vierde en vijfde strofe zijn gebaseerd op vers 7–10: “O God, breek hun tanden in hun mond; breek de hoektanden van de jonge leeuwen stuk, HEERE. Laat hen smelten als water, laat hen wegdrijven; legt hij zijn pijlen aan, laat ze zijn alsof ze afgebroken zijn. Laten zij vergaan als een smeltende slak; laat hen, als de misgeboorte van een vrouw, de zon niet zien. Voordat uw kookpotten de doornstruik voelen, zal Hij hen als in brandende toorn levend wegvagen” (HSV). In de King James Version is deze laatste zin vertaald als: “… He shall take them away as with a whirlwind, both living, and in his wrath” (Hij zal hen wegnemen als met een wervelwind, zowel levend als in zijn toorn).

4. Break out their teeth, eternal God,
Those teeth of lions dyed in blood;
And crush the serpents in the dust:
As empty chaff when whirlwinds rise
Before the sweeping tempest flies,
So let their hopes and names be lost.

(Breek hun tanden uit, eeuwige God, die tanden van leeuwen gekleurd door bloed; en plet de slangen in het stof: zoals leeg kaf wanneer wervelwinden opsteken wegvliegt voor de wegvagende storm, laat zo hun hoop en namen verloren gaan.)

5. Th’ Almighty thunders from the sky,
Their grandeur melts, their titles die,
As hills of snow dissolve and run,
Or snails that perish in their slime,
Or births that come before their time,
Vain births, that never see the sun.

(De Almachtige dondert vanuit de hemel, hun grootsheid versmelt, hun titels sterven, zoals sneeuwhopen smelten en wegstromen of als slakken die omkomen in hun slijm, of als vroeggeboorten die voor hun tijd komen, misgeboorten die nooit de zon zien.)

Opvallend is dat Watts de volgorde van de verzen heeft veranderd. In de volgorde van de Bijbeltekst had de wervelwind pas aan het eind van de vijfde strofe moeten komen, maar hij plaatst hem in de vierde strofe, als onderdeel van het gebed tot God om krachtdadig op te treden.

Terwijl in de Bijbeltekst vers 7 een gebed is en vers 8 tot 10 daarbij aansluitende verwensingen zijn, is bij Watts alleen de vierde strofe een gebed en de vijfde een beschrijving van wat God al daadwerkelijk doet. Ook hier doorbreekt Watts dus de spanning van de psalm (de dichter roept halverwege tot God om hulp, maar zal die hulp ook komen?) door meteen vol vertrouwen te zeggen dat God ingrijpt.

Strofe 6

6. Thus shall the vengeance of the Lord
Safety and joy to saints afford;
And all that hear shall join and say,
“Sure there’s a God that rules on high,
A God that hears his children cry,
And will their suff’rings well repay.”[2]

(Zo zal de vergelding van de Heere veiligheid en vreugde verschaffen voor de heiligen; en allen die het horen zullen instemmen en zeggen: “Voorwaar, daar is een God die regeert daarboven, een God die zijn kinderen hoort roepen en die hun lijden goed zal vergelden.”)

Deze strofe is gebaseerd op vers 11+12 van de psalm: “De rechtvaardige zal zich verblijden als hij de wraak ziet; hij zal zijn voeten wassen in het bloed van de goddeloze. De mens zal zeggen: Ja, er is loon voor de rechtvaardige! Ja, er is een God Die op de aarde recht doet!” Maar ook hier heeft Watts het zich weer een beetje gemakkelijk gemaakt: het lastige “hij zal zijn voeten wassen in het bloed van de goddeloze” heeft hij onberijmd gelaten. De manier waarop hij het “zich verblijden” van vers 11 verwoord past wel goed bij een lange exegetische traditie dat het daarbij niet gaat om vreugde over de ondergang van de goddeloze als zodanig. Hier bij Watts is de vreugde gekoppeld aan de veiligheid voor de vromen wanneer de corrupte lieden zijn aangepakt.

Opvallend is tot slot dat de psalm zegt dat God “op aarde” recht doet (tegenover het geweld afwegen “op aarde” in vers 3), terwijl Watts spreekt over “God that rules on high” (God die regeert daarboven). Maar misschien moeten we daar toch niet te veel achter zoeken. Watts bedoelt niet dat God ongenaakbaar veraf is, nee, Hij “hears his children cry” (hoort zijn kinderen roepen).

Evaluatie

Zoals bij veel van Watts’ psalmliederen valt ook op dit lied wel het één en ander af te dingen als men het als psalmberijming beoordeelt. Maar het is niettemin als zodanig een zingbaar lied met de nodige zeggingskracht en het is duidelijk geïnspireerd door Psalm 58. Er zijn zeker situaties van onrecht en corruptie waarin zo’n lied gezongen mag of zelfs moet worden – als men dit zelf gelukkig niet aan den lijve ervaart, zou men het kunnen zingen uit solidariteit met hen er wel onder lijden. Wellicht inspireert dit blogbericht iemand om een zingbare Nederlandse versie te schrijven?


[1] Gillingham, Psalms Through the Centuries, 159.

[2] Watts, The Psalms and Hymns of Isaac Watts, 103.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.