Moeder des vaderlands

Op een stoepje in de wijk zit zoals zo vaak voor haar voordeur een moslimmoeder. Ik vraag haar half gekscherend of ze niet moet demonstreren. “Nee, dat is iets voor de rijken,” zegt ze, “wij zijn maar gewoon arme mensen.”

Haar antwoord bevat een kern van waarheid. De huidige tegenstanders van de president en de nieuwe grondwet beschouwen zichzelf als het ontwikkelde, weldenkende deel van de natie en schrijven de nog steeds grote aanhang voor de president toe aan het feit dat het ongeletterde, politiek onkundige deel van de natie zich gemakkelijk laat inpakken door islamistische retoriek. De huidige tweespalt in de natie heeft daarmee iets van een klassenstrijd: de boertjes van buuten zijn veelal voor Morsi terwijl de verlichte elite tegen is. Vanzelfsprekend ligt het niet zwart-wit: er zijn ook behoorlijk opgeleide voorstanders van Morsi en de grondwet, terwijl christenen van eenvoudige landman en arbeider tot professor en zakenman tegen zijn.

Deze moslimmoeder bedoelt ook niet dat ze moslimbroeder is. Maar haar familie woont in de provincie en ik proef dat die pro-Morsi is. Als zij zich nu als tegen profileert, loopt de scheur dwars door de familie. En daar ligt dan ook haar grief tegen de president: door zijn doen is het volk verscheurd in twee kampen. “Mubarak had veel fouten, maar hij bewaarde wel de eenheid onder het volk.”