Egypte

Hoop en verlangen niet inruilen voor een hier-en-nu-verhaal

De Arabische lente is, naar men zegt, omgeslagen in een Arabische winter, in elk geval voor christenen. De berichtgeving over Syrië roept het beeld op van een snijdend koude poolstorm die door het land raast. Maar hoe is het in Egypte? Naast de bijdrage van Jaap Hansum plaats ik mijn perspectief, dat gestempeld is door vier jaar wonen en werken onder presbyteriaanse protestantse christenen in het land van de Nijl. Ik doe dit aan de hand van een drietal vragen: Waar komen de Egyptische protestanten vandaan? Hoe hebben zij gereageerd op de revolutie en de ontwikkelingen sindsdien? Hoe zullen zij, naar ik hoop, in het nieuwe Egypte staan?

Waar komen de Egyptische protestanten vandaan?

In Egypte zijn er naast miljoenen koptisch-orthodoxe christenen ook honderdduizenden protestantse christenen die men globaal in drie richtingen kan verdelen: een charismatische (gericht op de gaven van de Geest), een dispensationalistische (gericht op het duizendjarig rijk) en een gereformeerde. Deze laatste richting wordt vooral vertegenwoordigd door de presbyteriaanse Synod of the Nile, het grootste protestantse kerkgenootschap. Voor Nederlanders mogelijk verwarrend wordt het woord ingili (“evangelisch”) zowel voor alle protestanten als speciaal voor de presbyterianen gebruikt. Bijna alle protestanten komen uit families die korter of langer geleden koptisch-orthodox waren.

Wanneer Hansum het gebrek aan maatschappelijke betrokkenheid van Arabische protestanten terugvoert op de negentiende-eeuwse zendelingen, dan is het de vraag of dit recht doet aan de situatie in Egypte. Hun voortrekkersrol bij gezondheidszorg en onderwijs wordt hier juist gezien als een vorm van holistic mission en een voorbeeld voor maatschappelijke participatie nu tegenover een eenzijdige gerichtheid op de ziel of het eschaton.

Wat betreft de verregaande loyaliteit aan de autoriteiten: het is de vraag of de protestantse christenen in Egypte deze hebben geleerd van westers piëtisme of dat het veeleer tot hun koptisch-orthodoxe “genen” behoort. Een dergelijke loyaliteit ziet men immers evenzeer bij de orthodoxe kerken. Misschien moet men er ook niet teveel theologie achter zoeken en is het gewoon een sociologisch begrijpelijk gevolg van het verkeren in een minderheidspositie.

Reactie op de revolutie en de ontwikkelingen sindsdien?

Wil men, wat Egypte betreft, van een Arabische winter spreken, dan moet men zich realiseren dat Egyptische winters kil zijn maar niet ijskoud. Het land eert de martelaren van de revolutie maar vergeleken met Libië of Syrië is de omwenteling relatief geweldsarm verlopen (het recente protest tegen de anti-islam-film is in het dichtbevolkte Caïro ook minder ontspoord dan bij de westerburen). Tijdens de revolutie deden sommige christenen begrijpelijkerwijs enthousiast mee (er was immers genoeg mis met het oude regime) terwijl anderen begrijpelijkerwijs terughoudender waren (je weet immers nooit of wat je ervoor terugkrijgt wel beter is). Na de revolutie waaide een frisse lentewind en was er de droom om als moslims en christenen samen een nieuw Egypte te bouwen. Een reeks van incidenten deed het optimisme wegebben en veranderde het klimaat.

Het echte omslagpunt komt voor mijn gevoel echter wanneer de verkiezing van Mursi tot president bekend wordt. In de kerken proef ik een sfeer van “nu zijn we in een gitzwarte nacht beland en is God alleen nog onze enige hoop.” Vraag ik christenen of ze bang zijn, dan is het antwoord steevast “nee, want wij geloven in God, dus hoe zouden wij vrezen” en in de kerk worden lofliederen gezongen. Tegelijk klampt men zich buiten de kerkdeuren aan het sprookje vast dat Nederland Egyptische christenen zonder verdere vragen asiel verleent, alle tegenberichten van de Nederlandse ambassade ten spijt. Mursi lijkt niet eens de kans gegund te worden om zijn woord waar te maken dat hij president voor moslims èn christenen wil zijn.

Gelukkig zijn er ook christenen die zien dat de situatie misschien wel kil en schemerig maar niet zwart en ijskoud is. Kerkleiders hebben reeds tot tweemaal toe een ontmoeting gehad met de president en zijn er voorzichtig positief over. En ik kom christenen tegen die hopen dat Nederland de grens dichthoudt zodat christenen hun toekomst en roeping in Egypte zelf zullen blijven zoeken.

Hoe zullen zij in het nieuwe Egypte staan?

Persoonlijk zie ik het als een verlies dat in het westen het verlangen veelal is verdwenen om God eenmaal van aangezicht tot aangezicht te aanschouwen en verdient het als zodanig waardering wanneer Arabische christenen het eschatologische perspectief beter weten vast te houden. Ik ben ook niet geneigd om kerk en koninkrijk tegen elkaar uit te spelen omdat de kerk mij juist de meest geëigende plaats lijkt om het gebed “Uw koninkrijk kome” gaande te houden—waarbij het koninkrijk uiteindelijk Gods zaak is en niet een utopie die wij hoeven te realiseren. Tegenover het beeld dat christenen zich opsluiten in kerken staan overigens statistische gegevens die erop wijzen dat een grote meerderheid van de Egyptische christenen de kerk vrijwel nooit van binnen ziet. Kortom, hoewel er ongelukkige uitwassen zijn, zou ik eerder hopen dat Arabische protestanten hun eschatologisch perspectief nog meer uitdragen dan opgeven.

Daarbij mag dan zeker het besef groeien dat men niet met goed geweten voor God kan verschijnen als men hier de ogen heeft gesloten voor armoede, onrecht, corruptie en geweld. Misschien is een kerk die zowel hunkerend uitziet als met open ogen door de wereld gaat het meest in staat mensen te bereiken en in te winnen voor liefde tot God en de naaste. De kerk hoeft haar diepste verlangen de levende God eenmaal van aangezicht tot aangezicht te zien en haar hoop dat God zelf alle tranen van de ogen af zal wissen niet in te ruilen voor een hier-en-nu-verhaal, maar kan haar hoop en verlangen niet geloofwaardig vasthouden en uitdragen als ze onderweg in deze wereld niet staat voor daadwerkelijke naastenliefde en gerechtigheid.

Winters in Egypte zijn kil maar niet te koud om te werken. Soms is er echter wel een bitterkoude nacht. Toen vorig jaar oktober christenen uit protest tegen onrecht de straat op gingen en juist toen meer dan twintig van hen werden gedood, wist ook ik niet meer wat ik moest zeggen en viel ik op mijn weblog terug op een lied bij Psalm 44 en Romeinen 8 dat ik jaren eerder schreef. Het begon somber:

1. Heer, zie ons in gevaar.
Het wordt ons steeds verteld:
moord hier en aanslag daar
en overal geweld.

2. Men jaagt ons in de dood
als schapen voor de slacht.
Zwijgt u in onze nood?
Slaapt u in onze nacht?

Maar het eindigde toch hoopvol:

5. Uw stem spreekt in ons hart
van liefde die niet wijkt
voor honger, macht of smart,
die door de dood heen blijkt.

6. Uw liefde houdt de wacht,
de boze wint het niet.
Wij zingen in de nacht
een overwinningslied.

Een paar weken later hebben de Egyptische christenen dit laatste letterlijk gedaan: met tienduizenden zijn ze samengekomen in een openluchtkerk om samen een nacht Gods woord te horen, te bidden en te zingen.

cover-2012_4-200

Bovenstaand stuk verscheen samen met een bijdrage van ds. Jaap Hansum (“Durven Arabische protestanten zichzelf opnieuw uit te vinden”) onder de overkoepelende titel “‘Heer, zie ons in gevaar’” in Tussenruimte: Tijdschrift voor interculturele theologie, 2012, nr. 4, 17–22. 

One thought on “Hoop en verlangen niet inruilen voor een hier-en-nu-verhaal

  1. Pingback: Duizend vragen over eschatologie | Willem-Jan de Wit

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s